Grondslag voor het opstellen van informatie
Algemene grondslag voor het opstellen van het duurzaamheidsverslag
Dit duurzaamheidsverslag is opgesteld op geconsolideerde basis waarbij in de basis dezelfde consolidatiekring van de jaarrekening van CZ groep is toegepast. Binnen deze kring zijn de entiteiten CZ zorgkantoor B.V., CZ Fund Management B.V., Stichting CZ Fund Depositary en Stichting Huisvesting CZ Verzekeraars vrijgesteld van duurzaamheidsrapportage. Ons duurzaamheidsverslag is gebaseerd op duurzaamheidsimpacts, risico’s en kansen in onze eigen organisatie, en in onze waardeketen, zowel upstream als downstream. De dubbele materialiteitsanalyse is over deze scope uitgevoerd. In onze verdiepende rapportage over materiële onderwerpen kunnen we nog niet op alle fronten keteninformatie (upstream en downstream) meenemen omdat deze nog ontbreekt. Wel hebben we dit jaar een verbetering doorgevoerd op de keteninformatie binnen de thema’s Zorgpersoneel en Toegang tot Zorg. We zijn voornemens de komende jaren aan verdere uitbreiding te werken (in samenwerking met de branche) voor alle thema’s, volgens de in de ESRS vastgestelde ingroeiruimte.
We rapporteren alle relevante en van toepassing zijnde rapportage-eisen, behalve die eisen die betrekking hebben op vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie. Voor dit verslag betreft dat informatie over de nulmetingen die uitgevoerd zijn voor ons eigen personeel welke vertrouwelijk zijn. De inzet van middelen voor het beheersen van materiële impacts ten aanzien van consumenten en eindgebruikers en de koppeling tussen de CO₂-uitstoot van onze zorginkoop en de zorgkosten zoals opgenomen in de jaarrekening zijn concurrentieel. Deze informatie raakt namelijk direct aan onze kerntaken en activiteiten.
Duurzaamheidswetgeving
Op Europees niveau is de CSRD sinds 1 januari 2024 van kracht. De EU-lidstaten hadden tot juli 2024 de tijd om de CSRD te verankeren in nationale wetgeving. In Nederland heeft dit proces vertraging opgelopen en op het moment van ondertekening van dit jaarverslag is dit proces nog niet afgerond. Dat betekent dat er geen zekerheid bestaat over het Nederlandse wettelijk kader. CZ groep heeft, net als in 2024, op vrijwillige basis ‘limited assurance’ aangevraagd bij de accountant op het duurzaamheidsverslag. Daarbij moet het voorbehoud gemaakt worden dat het toekomstig wettelijk kader wijzigingen in toepassingsvereisten met zich mee kan brengen waar CZ groep op dit moment nog niet op vooruit kan lopen.
In februari 2025 presenteerde de Europese Commissie voorstellen om de bestaande duurzaamheidswetgeving te vereenvoudigen. Deze voorstellen betreffen onder meer de CSRD, de CSDDD en de EU‑Taxonomie, en maken onderdeel uit van het zogenoemde Omnibus I‑voorstel. Doel hiervan is het verminderen van administratieve lasten voor organisaties en het aanscherpen van het toepassingsbereik. Op 16 december 2025 stemde het Europees Parlement in met de Omnibus I‑aanpassingen. De formele afronding van het Omnibus I‑traject wordt medio 2026 verwacht, na juridische en taalkundige controles en definitieve vaststelling. Pas daarna kunnen lidstaten de aangepaste richtlijnen omzetten in nationale wetgeving. De precieze gevolgen voor de invulling van toekomstige duurzaamheidsverslaglegging wordt duidelijk zodra dit proces is afgerond.
Tijdshorizons
Dit duurzaamheidsverslag is gebaseerd op de rapportage-eisen (ESRS) van de CSRD en past de in de ESRS gepresenteerde definities van tijdshorizons toe. De ESRS definieert deze als volgt:
-
Korte termijn: de periode die CZ groep als verslagperiode heeft gekozen, namelijk 1 jaar;
-
Middellange termijn: tussen de 1 en 5 jaar;
-
Lange termijn: langer dan 5 jaar.
Wijzigingen in voorbereiding en presentatie van duurzaamheidsinformatie
In 2025 hebben we de kwaliteit en presentatie van duurzaamheidsinformatie verder verbeterd. We hebben methodologische verfijningen doorgevoerd, zoals nauwkeurigere berekeningen van scope 3 CO₂-emissies en een consequente toepassing van aannames. Ook is, zowel in ZN-verband als binnen CZ groep zelf, gewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe maatstaven voor verschillende sociale thema’s, inclusief nulmetingen, en waar mogelijk gerapporteerd. Deze vormen een basis voor toekomstige doelstellingen. Het thema ‘werk-privé balans’ is vervangen door het thema ‘vitaliteit’, zodat dit in lijn is met de bredere inzet die CZ groep doet op dit onderwerp. Daarom is de maatstaf verzuim van medewerkers niet meegenomen in de rapportage van 2025. Ook de NPS als maatstaf binnen het thema ‘Toegang tot Zorgverzekeringen’ is komen te vervallen (CZ groep stuurt hier niet meer op) en rapporteren we alleen over de klanttevredenheidsscore die nu intern wordt gemeten. In 2024 maakten we gebruik van de klanttevredenheidsscore die extern werd gemeten. Met deze aangepaste, interne maatstaf hebben we beter inzicht in de concrete verbeteringen waar we op kunnen ontwikkelen. Omdat deze interne meting nieuw is sinds 2025, kunnen we geen vergelijkende cijfers rapporteren.
Schattingen en onzekerheden
De informatie over de scope 3 CO2-emissies in dit duurzaamheidsverslag is gebaseerd op schattingen. De aannames en methodologieën worden toegelicht in de bijlage Onderliggende aannames en methodologieën. In 2025 hebben zorgverzekeraars gezamenlijk gewerkt aan betere berekeningen voor de scope 3-impact van zorginkoop. Ondanks deze verbeteringen blijft er onzekerheid bestaan over de CO₂-uitstootcijfers, omdat deze nog steeds op schattingen berusten.
Correctie van fouten uit eerdere perioden
Tijdens het opstellen van de 2025 rapportage zijn er fouten geconstateerd in de CO2-uitstootberekeningen van 2024. Deze fouten van 2024 zijn in deze rapportage gecorrigeerd. De correcties hebben betrekking op onvolledige of onjuiste aannames in eerdere berekeningen. Deze aanpassingen zorgen voor een betere aansluiting op de gehanteerde methodologie en verhogen de vergelijkbaarheid van gegevens over meerdere jaren. Nadere details over de aard van de correcties en de aangepaste berekeningswijze zijn opgenomen in het hoofdstuk Klimaatmitigatie in de gezondheidszorg en in de bijlage Onderliggende aannames en methodologieën.
Dilemma’s
In 2025 hebben we op meerdere onderdelen stappen gezet om ons duurzaamheidsverslag verder te versterken en de onderliggende thema’s inhoudelijk door te ontwikkelen. We blijven ons continue door ontwikkelen om de rapportage zo volledig mogelijk te maken. Deze trajecten vragen veel tijd. Zo is het tot nu toe niet gelukt om in brancheverband passende maatstaven te formuleren voor E2 waterverontreiniging en E5 circulaire economie. Ook voor het thema S4 privacy is dit intern nog niet mogelijk gebleken. Voor de thema’s S2 zorgpersoneel en S4 toegang tot zorg hebben we in brancheverband wel de eerste stappen gezet om de verdere ontwikkeling de komende jaren gezamenlijk voort te zetten.
Onze ervaringen met de verdere ontwikkeling van duurzaamheid en de rapportage hierover laten zien dat we steeds moeten balanceren tussen onze eigen interne vooruitgang en de gezamenlijke stappen die binnen ZN-verband worden gezet. Deze gezamenlijke ontwikkeling draagt duidelijk bij aan het versnellen van onze duurzaamheidsambities. Tegelijkertijd merken we dat dit betekent dat sommige trajecten meer tijd vergen voordat we volledig kunnen rapporteren.
Dit is het tweede volledige duurzaamheidsverslag van CZ groep. Vanwege de mogelijkheid tot infasering van rapportage over waardeketeninformatie en daarnaast interne doorontwikkeling zijn nog niet voor alle onderdelen cijfers beschikbaar. Waar we cijfers rapporteren, presenteren we ook de bijbehorende vergelijkende cijfers. Uitgezonderd hierop is het cijfer van de CSAT (klanttevredenheidsscore) in het hoofdstuk Toegang tot Zorgverzekeringen.
Verwijzingen
Op enkele punten in dit duurzaamheidsverslag nemen wij informatie op door middel van verwijzing naar andere onderdelen van het bestuursverslag. Deze informatie valt onder de aanvraag van ‘limited assurance’ van het duurzaamheidsverslag. Wij geven de verwijzingen op de betrokken punten in de tekst aan en bieden hieronder een overzicht ervan aan.
|
Rapportage-eis |
Inhoud |
Vindplaats in Bestuursverslag |
|
ESRS2.SBM1, artikel 42 |
Beschrijving van het businessmodel, de strategie en het waardecreatiemodel |
Hoofdstuk 2.1.3 Businessmodel en strategie (geheel) |
|
ESRS2.GOV1 artikel 20a en 21c |
Samenstelling en diversiteit van de leden van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen op het gebied van relevante ervaring voor sectoren, producten en geografische locaties |
Bijlage 4.3 Personalia (geheel) |
|
ESRS2.GOV3 artikel 29a en 29b |
Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen |
Bijlage 4.4 Beloningsbeleid CZ groep 2025 (geheel) |
|
G1.GOV1 artikel 5a |
Rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen wat betreft zakelijk gedrag |
Hoofdstuk 2.4.1 Governancestructuur – paragraaf ‘structuurregime’ |
|
G1.GOV1 artikel 5b |
Deskundigheid van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen wat betreft aspecten van zakelijk gedrag |
Hoofdstuk 2.4.4 Bestuursteam – paragraaf ‘Vaardigheden en deskundigheid’ |